Eerbetoon aan mijn dappere buurvrouw Thea

Op 16 december afgelopen jaar stierf mijn buurvrouw Thea ’s nachts in de armen van een verzorgende van Het Schild, woonzorgcentrum voor blinden en slechtzienden. Haar hart had het nu dan echt begeven.

We waren ruim dertig jaar buren. Toen wij er kwamen wonen, waren we de jongsten in de straat en stonden nog met een half been in de studentenwereld. We wisten dat Thea er met haar zoon Ronald woonde, blind was en net een zware hartoperatie achter de rug had. ‘Toen de kaarten werden uitgedeeld, stonden ze niet vooraan’, zei buurman Wil van de andere kant ooit.  

We hadden in het begin sporadisch contact, spraken elkaar vooral buiten als ze met haar blindengeleidehond op stap was. We leefden ons eigen leven. Langzaam maar zeker veranderde dat toen we haar nieuwe hond vaker samen met onze hond Labda uitlieten. Svenna was jong en had veel beweging nodig.

Zo vergroeiden onze levens steeds meer, zeker toen ook haar vriend, later echtgenoot Leendert er kwam wonen. ‘Zo worden we samen oud’, zei ze wel eens. Waar Thea blind was geworden toen ze begin dertig was, was Leendert door diabetes langzaam maar zeker heel slechtziend geworden.

Thea was bijzonder, vooral door de manier waarop ze in het leven stond. Ze weigerde zich slachtoffer te voelen. Ze was dan wel blind, maar kon zich met haar hond, technologie, vrienden en later ook verzorgenden goed redden. Zowel binnenshuis als buitenshuis. Handige snufjes om kleren op kleur te sorteren, om zelf te koken, te studeren: ik schreef er eerder een blog over.

Haar hart bleef haar zwakke plek. Na het overlijden van Leendert, bijna drie jaar geleden, was het niet alleen zwak, maar ook gebroken. Ze voelde het letterlijk. Ondanks dat zwakke hart in dat frêle lijfje bleef ze leven, terwijl ze weer voor de zoveelste keer in het ziekenhuis lag. Haar praktijk voor hypnotherapie had ze inmiddels opgegeven. ‘Dat wordt haar dood’, zei haar zoon, die wist hoeveel ze van haar werk hield. Ook werd het huis te groot. ‘Ik wil niet weg, maar ik voel me zo eenzaam hier’, vertelde ze vaker als ik haar soep kwam brengen.

Het werd het verpleeghuis, in de buurt gelukkig. Ze kwam er goed van bij, maar vond het maar niks. ‘Ik ben nog te jong om hier te wonen. En ik mag niks zeggen, want dan krijg ik op mijn kop’. Dat was Thea ten voeten uit. Beviel haar iets niet, dan liet ze dat duidelijk merken. ‘Ze was hard voor zichzelf en ook voor een ander’, zei Cora, één van de vaste hondenuitlaters.

Ondanks haar soms heftige karakter – of misschien wel juist daarom – wist Thea veel mensen aan zich te binden. Ze werden trouwe bezoekers, soms moesten we een lootje trekken om langs te komen met haar troosthond Ilan😊 Ilan was de blindengeleidehond van Leendert en mocht na zijn dood bij haar blijven.

Thea verhuisde naar Wolfheze, naar Het Schild. In Het Schild was Leendert verliefd geworden op haar, vertelde Thea toen ze er de laatste vier maanden van haar leven woonde. Haar 75ste verjaardag vierde ze daar met vrienden, na afloop stortte ze in. Ze heeft hiernaar toegeleefd, zei iedereen. Nu is het einde weer een stukje dichterbij gekomen. En dat was ook zo. Hoewel ze nog wel opknapte, kon ze steeds minder, had ze zuurstof nodig. Ze had er vrede mee.

Na een ongelukkige val ging het hard achteruit. Toen ik haar voor het laatst aan de telefoon had, voorvoelde ze al dat het niet lang mee zou duren.  

Rust zacht, dappere buurvrouw. Ik mis je. Gelukkig kunnen we nu voor Ilan zorgen.

Wat kunnen we van je leren?