
Het begint in de fietsenkelder. Met de telefoon in de hand, ogen gericht op het scherm rijden ze naar binnen. Ook op de trap naar boven blijven de ogen gekleefd aan het scherm.
Andere mensen zien ze niet, botsingen blijven meestal uit, hoewel plotseling op een stilstaand iemand botsen nog wel eens voorkomt.
Het sportcentrum is een zombiecentrum geworden. Zombies met hun telefoontje in de hand, ogen gericht op het scherm, in zelfgekozen afzondering wachtend totdat de les begint.
En dat op een plek die bedoeld is als ontmoetingsplek voor sportieve studenten. Op het sportcentrum kom je mensen tegen, ga je BOM-men (Bewegen Op Muziek), voetballen, tennissen, spinnen. Daar ontmoet je mensen, sport je samen, drink je na afloop nog wat, maak je vrienden.
Het universitair sportcentrum in Nijmegen is veranderd sinds mijn studententijd. Een nieuw en groter gebouw, meer studenten, een uitgebreider aanbod. Sinds jaren bestaat dat aanbod ook uit 60 + lessen, het Sportcentrum gaat mee met zijn tijd, de lessen zitten meestal vol. Allemaal goede veranderingen, want sporten is gezond. Een verandering die nieuw is en helemaal niet past bij sporten is de constante aanwezigheid van telefoontjes.
Schermturen is geen sport
Het is geen nieuws dat het smartphonegebruik geëxplodeerd is, onder alle leeftijdsgroepen en daarmee ook onder studenten. En dat is goed te zien, zelfs op een plek waar je toch echt heen gaat om te sporten, om lichamelijk actief te zijn.
In het fitnessgedeelte is de telefoon binnen handbereik, want stel je voor dat je tijdens het spinnen een bericht zou missen. Praktisch iedereen sport voor zich, contact is er met de telefoon, niet de buurman of buurvrouw.
Tijdens mijn yogales maak ik voor het eerst mee dat een studente tot aan het moment van beginnen op haar telefoon zit. Pas als de les begint, legt ze haar telefoon weg. Naast haar yogamatje. Ik ben verbijsterd.
Ook tijdens mijn latin mix 60+les gebeurt er iets merkwaardigs. Drie jonge buitenlandse meiden komen binnen. Ze willen meedoen, ondanks de 60-plus les. Dat is prima. Totdat we merken dat ze met hun telefoon opnames maken! In een sportlokaal, van sportende mensen, terwijl dat uitdrukkelijk verboden is vanwege de privacy. Het wordt opgemerkt, ze krijgen een berisping, ze schamen zich, waarschijnlijk hebben ze niet eens door dat het niet mag, en past, en niets met sport te maken heeft. Het komt voort uit de vanzelfsprekendheid van de smartphone, die er ten alle tijden is. En die blijkbaar ook hun kritisch denk- en onderscheidingsvermogen heeft aangetast.
Ben ik een boomer die nog hecht aan sociaal contact, een praatje maken met mede-sporters, die haar telefoon niet nodig heeft of mist? Die overigens wel degelijk de voordelen van internetgebruik waardeert, maar vooral als middel, niet als doel. Die wat dit betreft liever boomer dan zombie is?
Hebben ik en mijn generatiegenoten nog de luxe gekend van niet-bereikbaar zijn, niet willen zijn, niet hoeven te zijn, want het echte contact zit soms wel, soms niet in je telefoon? Waarbij je een keuze hebt? En de telefoon er slechts één is?
Ik vermoed het, en wens ook huidige studenten een minder stressvol bestaan toe, zonder verslaving aan dat telefoontje. Je studententijd zou de mooiste tijd van je leven moeten zijn. Maar daar moet je wel wat voor doen. Of in dit geval: laten.
Laat die telefoon. Als je gaat sporten, ga dan sporten. Schermturen is geen sport. Dus laat hem thuis. Of doe hem in je locker. And get your life back.
Deze blog is geschreven door drs. J. (José) van Berkum. Ze is gespecialiseerd in wonen, welzijn & technologie van senioren. Volg haar door je gratis te abonneren op www.zorgenvoormorgen.org . Voor contact: mail naar j.vanberkum@planet.nl of bel naar 0613883560.