Ik woon inmiddels 34 jaar in een fijne, niet al te grote straat waar iedereen elkaar kent.
Toen we er kwamen wonen, waren we de jongsten, nu één van de oudsten. Waar het vroeger vooral een wat conservatieve wijk was, waar de pastoor nog langs kwam bij nieuwkomers, is het nu één van de meest gewilde wijken in Nijmegen.
Dat thuisgevoel in de straat gun ik iedereen en ik was benieuwd naar de ingrediënten die bij ons als vanzelf aanwezig schijnen te zijn. Of niet? Heeft het ook te maken met de wijk, de voorzieningen, de manier van bouwen, de stad misschien? En hoe zit het in grotere steden, met veel flatgebouwen, verschillende bevolkingsgroepen, weinig ruimte?
‘Zorgzaam in je straat’ was dit jaar het thema van het congres Thuis in de wijk. Een zin uit de congresfolder: ‘ Want hoe fijn is het om in een straat te wonen, waar mensen naar elkaar omkijken, waar je gezien wordt en van betekenis kunt zijn’.
Voor keynote Wouter Veldhuis, voormalig Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving ligt de sleutel voor een zorgzame samenleving bij nabijheid, elkaar vanzelfsprekend tegenkomen en elkaar daardoor leren kennen en vertrouwen. Dat gemeenschapsgevoel ontstaat niet vanzelf, daar heb je een visie voor nodig. In zijn visie ging het vooral om het belang van nabijheid en geloof in de toekomst. Niet de waan van de dag, maar de toekomst die we zelf niet meer gaan meemaken. ‘We moeten op zoek naar een nieuw verhaal, want we zitten nu muurvast in de bestaande systemen’. In dat nieuwe verhaal staan niet kapitaal, maar sociale relaties en wederkerigheid centraal. Niet een welvaartseconomie, maar een welzijnseconomie, waarin ruimte is voor leefbaarheid en niet bijvoorbeeld automatisch de auto meer ruimte krijgt dan de mens. De uitspraak van Jules Deelder ‘De omgeving van de mens is de medemens’ sprak voor Veldhuis boekdelen.
Ik herkende het verhaal, vooral de nadruk op ruimte voor leefbaarheid en welzijn. Onze wijkplaats BUUR, is een wijkinitiatief van bewoners zelf. Oorspronkelijk een ruimte voor alleen ouderen is de ruimte omgetoverd tot het kloppend hart van onze wijk. Voor iedereen is er wat te doen, een fijne plek om wat te drinken, te eten of deel te nemen aan een activiteit.
In de Lief en Leedstraten van Den Bosch, de congresplaats, wordt de samenhorigheid een handje geholpen. In lief- en leedstraten kijken bewoners naar elkaar om, is het idee. Een potje vanuit de gemeente maakt het mogelijk om bijvoorbeeld af en toe langs te gaan met een bloemetje of met paaseitjes, een kaart. Bijvoorbeeld bij een geboorte, overlijden, een ziekenhuisopname. Het maakt dat mensen zich gezien voelen. Vier gangmakers vertelden op locatie in Den Bosch-West hoe ze dat doen en wat ze tegenkomen aan positieve en negatieve reacties.
Ontmoetingen stimuleren en faciliteren staat al jarenlang centraal tijdens het congres en dat werpt zijn vruchten af: inmiddels worden het fysieke en sociale domein steeds meer in één adem genoemd, spreken mensen steeds meer dezelfde taal, gaat het bij de woon(zorg) opgave méér om mensen dan om stenen en druppelt het begrip ‘welzijn’ weer overal binnen.
Wat ik nog steeds mis, is aandacht voor de grootste groep senioren. De grote groep die gezond en actief is, zichzelf nog steeds als ‘gewoon’ mens beschouwd met een leven van (klein)kinderen, vrienden, werken, hobby’s. Op deze congressen blijven we een soort vreemde wezens, die kennelijk hun identiteit moeten ontlenen aan de vooronderstellingen van allerlei aanbieders van diensten en producten. Want ‘we’ zijn steeds meer een verdienmodel geworden.
Terug naar mijn eigen straat en wijk. Mijn gemeente heeft oog voor wijken, heeft een jaarlijkse wijkschouw met bewoners of komt met het college op bezoek. Maar vooral stimuleert en faciliteert ze bewonersinitiatieven. Want bewoners kennen de wijk tenslotte het beste en zij moeten er leven.
Deze blog is geschreven door José van Berkum. Ze is lid van het Doelgroeppanel van N.O.E.L en schrijft regelmatig over wonen, welzijn & technologie van senioren. Om haar te volgen kun je je gratis abonneren op deze blogsite. Voor contact: 0613883560 of j.vanberkum@planet.nl